The Essen Madness – editie 2016

Standaard

Voor de eerste keer in mijn 33-jarig bestaan ga ik een bezoek brengen aan de grootste spellenbeurs van Europa: SPIEL in Essen! Jihaa…ik kijk er ENORM naar uit. Ik ga vooral om de sfeer op te snuiven. Een tof spel (of een demo-rondje) spelen is leuk meegenomen, maar het hoeft niet. Ik ga alvast geen twee uur aanschuiven om één van de toppers te kunnen spelen. Daar zal ik na Essen nog tijd genoeg voor hebben. Ik ga ook niet naar Essen om spellen te kopen? Waaaaaat? Meende gij da nu? Ja, ik meen dat. De meeste spellen op mijn wishlist zijn nu al vrij bekend. Die spellen zullen na Essen zeker en vast ook nog te vinden zijn, vaak zelfs nog goedkoper. Bovendien steun ik graag mijn favoriete spellenwinkel De Spelgezel, want als er één spellenwinkel is waar ik al heel veel plezier aan heb beleefd, dan is het De Spelgezel. Ik heb er nochtans geen aandelen. Als ik weinig of geen spellen op Essen ga kopen, waarom hou ik me dan bezig om een Essen-wishlist samen te stellen? Dat is een goede vraag. Gewoon omdat het superleuk is! Het verzamelen van alle informatie over leuke spellen is bijna even leuk als het spelen zelf.

De volgende 25 spellen hebben mijn interesse gewekt. Ik hoop dat ik er op Essen een groot aantal van dichterbij kan bekijken.

Funkenschlag: das Kartenspiel lijkt me leuk! Hoogspanning is een fantastisch spel. Wil dit zeggen dat deze kaartversie ook sowieso goed zal zijn? Dat weet ik niet, maar ik wil het dolgraag te weten komen. Funkenschlag: das Kartenspiel is een gestroomlijnde versie van Hoogspanning die veel sneller speelt. In dit spel heb je geen speelbord, maar ligt de nadruk op de marktcentrale. Eerst bieden de spelers op de centrales in de markt (zoals bij de originele Hoogspanning). Daarna kopen de spelers grondstoffen van de grondstoffenmarkt. Vervolgens beslist elke speler welke centrales hij wil aansluiten op zijn netwerk. Volgens de Opiniated Gamers geeft dit spel je nog steeds het Hoogspanning-gevoel, maar dan zonder speelbord en in een veel kortere speeltijd.

Bohnanza: Das Duell is, na Al Caboon, de nieuwe tweepersoonsversie van Boonanza. Het handelen is verdwenen en vervangen door een systeem waarbij je de andere speler een gift moet geven. Ik heb geen idee of dit systeem zal werken, maar ik ben benieuwd. Een nieuwigheid is ook dat je via geheime orders extra dukaten kan verdienen. Aangezien mijn vriendin en ik heel graag Boonanza spelen, is deze tweespelersversie een geschenk van God. Nu alleen nog hopen dat het een mooi geschenk wordt.

X Nimmt! is de opvolger van 6 nimmt! oftewel Take 5! Het kaartspel Take 5! is een filler die ik graag speel omdat het zo snel en leuk is en omdat de regels heel eenvoudig zijn. In X Nimmt! zijn er een aantal nieuwe regels. Iedereen heeft nu ook een persoonlijke X-rij. Elke keer als je kaarten uit een rij moet nemen, dan plaats je één van deze kaarten in de X-rij. Je moet de kaarten in deze X-rij in oplopende volgorde spelen. Indien je dit niet kan, dan leg je de X-rij opzij en start je een nieuwe X-rij. De rij die je opzij hebt geschoven, levert nu dubbele minpunten op. Volgens mij gaat dit een leuke, nieuwe twist aan Take 5! geven. Must have!

Fields of Green is geïnspireerd op Among The Stars, maar dan met een boerenthema. Elke speler trekt 6 kaarten van één of meerdere van de 4 gedekte stapels met kaarten. Daarna worden de kaarten door de spelers gedraft, zoals bij 7 Wonders. Vervolgens bouw je de kaart. Hoe meer kaarten je bouwt, des te uitgebreider je boerderij zal worden en des te meer punten je kan scoren op het einde van het spel. Dit lijkt me een snel en leuk kaartspel.

Colony is het nieuwste spel van Ted Alspach die we vooral kennen als auteur van Suburbia en Castles of the Mad King Ludwig. Het spel Colony is vergelijkbaar met Favor of the Faraoh. Je rolt dobbelstenen en deze dobbelstenen gebruik je als grondstoffen om verschillende kaarten te activeren. Er is heel wat discussie omtrent de geluksfactor in dit spel. Tom Vasel zegt bijvoorbeeld dat er geen strategie in het spel zit. Anderen beweren dan weer dat het spel net heel veel strategie zou bevatten. Deze diepere laag komt echter enkel bovendrijven naarmate je Colony meer speelt en de kaarten beter leert kennen. Ik wil graag zelf ontdekken of er al dan niet veel strategie in dit spel zit en daarom zet ik het graag op mijn wishlist. Er zal alvast voldoende herspeelbaarheid zijn, want van de 28 verschillende soorten kaarten gebruik je er in elk spel slechts 7.

Outlive is een worker placement spel waarbij je de andere spelers moet proberen te overleven. Er is een dag- en een nachtfase. In de dagfase stuur je je vier werkers met een verschillende sterkte op pad om grondstoffen te vergaren. Je werkers verplaatsen zich over het bord en zijn genummerd van 1 tot 4. Wanneer jouw werker terecht komt bij een zwakkere werker van een andere speler, dan moet die speler jou vergoeden in grondstoffen. Vb: rood heeft een werker met sterkte “5” en gaat bij een groene werker met sterkte “4” en een blauwe werker met sterkte “3” staan. Dan betaalt groen 1 grondstof ( = 5 – 4) aan de rode speler en blauw betaalt 2 ( = 5 – 3) grondstoffen aan de rode speler. In de nachtfase los je de events op, zorg je ervoor dat je werkers voedsel krijgen, probeer je de radioactiviteit onder controle te houden, recruteer je nieuwe werkers, bouw je kamers en activeer je de effecten van die kamers en herstel je je wapens en andere uitrusting. Het artwork is prachtig en de spelmechanismen zien er ook goed uit.

La Granja: No Siesta is een veel lichtere versie van La Granja waarin je dobbelstenen rolt en draft tot iedereen minstens drie dobbelstenen heeft om te scoren. Zo verzamelen de spelers grondstoffen die ze afvinken op hun scoreblaadje om de meeste overwinningspunten te kunnen verdienen. Ik kan me niet voorstellen dat dit spel me een La Granja gevoel gaat geven, maar wie weet wordt het wel een leuk verstand-op-nul-reis-dobbelspelletje-in-het-genre-van-Qwixx?

Adrenaline zet de klassieke “first person shooter (FPS) video game” om naar een bordspel. Je denkt waarschijnlijk dat dit een puur ameritrash spel is geworden, maar eigenlijk is het een “resource management area control euro game” (een mond vol). Je speelt kaarten om te schieten, maar je moet een kost betalen om je wapen te herladen (lees: om de kaart weer op je hand te mogen nemen). De “area control” zit hem in de “health-bar” waarop aangeduid staat hoeveel wonden je hebt. Er lijken heel wat toffe elementen in het spel te zitten. Je wil uiteraard niet sterven, maar hoe meer wonden je neemt, des te sterker je zal vechten. Je kan kiezen om verschillende speler een beetje schade toe te brengen of je kan je richten op 1 of 2 karakters en die genadeloos afmaken. Je kan voor de “first blood” bonussen gaan (wanneer je iemand als eerste raakt), maar je kan ook proberen om karakters uit het spel te spelen om zo extra punten te verdienen. Daarnaast kan je combo’s maken met je verschillende wapens. Daarnaast komt het spel met mooie miniaturen. Dit ziet er echt cool uit!

Scythe heb ik intussen al gespeeld en het is een must buy! De diepgang van Terra Mystica aangevuld met wat spelersinteractie door de battles, een grote herspeelbaarheid door de verschillende rollen en een echte race tegen de tijd. Eurogame meets ameritrash. I love it!

Hit Z Road is een zombiespel van Martin Wallace waarbij je elke ronde start met bieden. Wie het hoogst biedt, mag als eerste een rij kaarten kiezen. Er zijn telkens vier rijen met twee kaarten per rij. Soms kan een rij positief zijn en grondstoffen opleveren. Een rij kan helaas ook negatief zijn waardoor je karakters kan verliezen of zal moeten vechten tegen zombies. The Opinionated Gamers omschrijven Hit Z Road als een simpel maar effectief resource management spel met een slim en uniek gebruik van het zombiethema. Niet slecht. Helaas zie in andere reviews de woorden “randomness” en “runaway leader” ook vaak opduiken. Twijfelgeval.

The Last Friday is Brieven uit Whitechapel in een ander jasje. Als je het speelbord bekijkt, zie je waar de makers hun mosterd hebben gehaald. Op zich is daar niets mis mee, want Brieven uit Whitechapel is een goed spel. In Last Friday is één speler de psychopatische moordenaar. Hij probeert onzichtbaar te blijven en ondertussen alle andere spelers te vermoorden. De andere spelers daarentegen moeten de moordenaar vermoorden vooraleer ze zelf worden vermoord. Cool! Dit wil ik zeker eens spelen. Ik ben nu al benieuwd of dit spel beter en/of voldoende verschillend zal zijn dan Brieven uit Whitechapel. Volgens de reviews die ik heb bekeken, zou Brieven uit Whitechapel beter zijn met minder spelers en Last Friday beter zijn met meer spelers. Het artwork van Last Friday ziet er alvast mooi uit!

Great Western Trail is het nieuwste spel van Alexander Pfister, de auteur van Mombasa. Dit belooft één van de grote hits van Spiel te worden. 999 Games heeft zelfs al aangekondigd dat ze dit spel in het Nederlands gaan uitbrengen. Volgens de auteur wordt Great Western Trail bijna even pittig als Mombasa. Dat belooft! In Great Western Trail reis je als herder naar Kansas City en stop je op verschillende plaatsen om acties uit te voeren. Het spel bevat “deckbuilding” waarbij je vee is voorgesteld door kaarten. Hopelijk is dit spel even goed als Mombasa.

Pixie Queen is een worker placement spel met vele mogelijkheden waarbij de pixies (elfen) voedsel stelen om te offeren aan de pixie queen (elfenkoningin). In dit spel krijg je vooral minpunten in plaats van pluspunten en is het de bedoeling om zo weinig mogelijk minpunten te hebben. Ik heb een video over het spel bekeken en het ziet er origineel uit. Bovendien is het prachtig uitgevoerd. Pixie Queen won de prijs voor het beste prototype van Zomerspel. Respect

Burke’s Gambit is een “social deduction” spel, vergelijkbaar met The Resistance. Ik lees het woord “The Resistance” en alle alarmbellen in mijn hoofd gaan onmiddellijk af. happy happy joy joy Eens kijken wat Burke’s Gambit te bieden heeft. Er is nog niet veel informatie over het spel, maar dit is wat ik erover heb gevonden. Er zijn twee teams: een blauw team (de goeie) en een rood team (de slechte). Elke rol heeft een speciale eigenschap die elke speler aan tafel kan zien. Daarnaast heeft elke speler een gedekte kaart voor zich liggen waarop staat of de speler gezond is of besmet is door een alien parasiet. De spelers kunnen tijdens het spel naar deze kaarten van de andere spelers kijken, maar ze mogen nooit hun eigen kaart zien. Het blauwe team probeert de besmette persoon levend in de groep te houden, terwijl het rode team probeert om de besmette speler terug mee te nemen naar de aarde. Het rode team wil dus dat de identiteit van de besmette speler geheim blijft. Als een geïnfecteerde speler sterft, springt de parasiet naar een andere speler en begint het mysterie opnieuw. Elke beurt rolt een speler een dobbelsteen. Met deze dobbelsteenworp kan je aanvallen of genezen, naar een kaart kijken van een naburige speler, naar een kaart kijken van om het even welke speler of het symbool rollen waarop het schip dichterbij komt. Het klinkt tof, maar ik wacht nog op reviews over dit spel.

Letters from Whitechapel: Dear Boss is de eerste uitbreiding voor het fantastische Brieven uit Whitechapel. Deze uitbreiding verbetert de componenten (mooie miniaturen en een nieuw schermpje) en voegt een aantal optionele regels aan het basisspel toe. Er komt een deck met 3 soorten kaarten: verdachte Jack-kaarten, politieagent-kaarten en mogelijke slachtoffers-kaarten. De politieagent- en de verdachte Jack-kaarten maken het moeilijker voor de speler die Jack The Ripper speelt. De mogelijke slachtoffers-kaarten maken het makkelijker voor Jack The Ripper.

7 Wonders Duel: Pantheon is een uitbreiding voor 7 Wonders Duel. Ik heb 7 Wonders Duel al 15 keer gespeeld en ik ben het nog steeds niet beu. Deze uitbreiding staat dus hoog op mijn verlanglijstje. In het eerste tijdperk kan je mythologiefiches verzamelen. Deze fiches komen overeen met de God-kaarten. Vanaf het tweede tijdperk kan je deze God-kaarten kopen (in plaats van een kaart uit de piramide). Met deze kaarten kan je de kracht van een bepaalde god activeren en zo jezelf helpen of een tegenspeler hinderen. Bijvoorbeeld: een kaart van de aflegstapel gebruiken om een gratis wonder te bouwen, een kaart uit de piramide verwijderen of 12 stukken goud ontvangen. Daarbovenop krijg je in deze uitbreiding ook nog eens twee nieuwe wonders.

Key to the City: London vertoont heel wat gelijkenissen met Keyflower. Ik vind Keyflower een heel leuk spel en daarom is ook Key to the City – London zeker het bekijken waard. In Key to the City – London kies je tijdens je beurt één van de vijf mogelijke acties: (1) één of meer werkers gebruiken om te bieden op een locatietegel, (2) een locatietegel gebruiken om grondstoffen te genereren, (3) een locatie opwaarderen, (4) passen of (5) zeilen langs de Thames. Hopelijk is het voldoende verschillend en minstens even tof als Keyflower.

 

Inis is nog beter dan Kemet en Cyvlades, aldus de mannen van “Shut up and Sit down”. Dat kan tellen! Het originele aspect in Inis is dat het spel op drie verschillende manieren kan eindigen. Deze overwinningscondities gaan vooral over het bezetten van gebieden en het scoren van meerderheden. Van zodra aan één van de 3 factoren is voldaan, is het spel afgelopen. Verder zitten er twee van mijn favoriete spelmechanismen in dit spel: card drafting en area control. Jihaa!

Caravan is een spel waarvan ik heel weinig weet. Bijna niets eigenlijk. Waarom staat het dan tussen deze spellen? Wel, een zekere Tom Vasel was laaiend enthousiast over Caravan en hij omschreef het als de betere versie van Splendor. Dat is voor mij voldoende om het spel op zijn minst eens te bekijken.

Mystic Vale fascineert me omwille van één ding: het “card crafting systeem”. Dit systeem gaat verder dan deckbuilding. Je bouwt niet alleen je deck met individuele kaarten, maar je kan zelf je eigen kaarten samenstellen door verschillende kaarten in een sleeve te steken waardoor er meer opties op de kaart komen te staan. De setup en het opruimen (lees: het “unsleeven” van al die kaarten”) schrikt me wat af, maar blijkbaar zou dit heel soepel en snel gaan. Ik ben heel benieuwd naar Mystic Vale!

Cry Havoc is een kaartgestuurd area control oorlogspel in een brutale science fiction setting. Elke speler speelt met één unieke factie met gevarieerde eigenschappen en eenheden. Het spel doet me denken aan het fantastische Nexus Ops, maar Cry Havoc ziet er nog mooier en leuker uit. Volgens Tom Vasel is dit (voorlopig) het beste spel van het jaar 2016. Ik hoop dat ik hem binnenkort gelijk mag geven.

Order of the Gilded Compass is een herwerking van het dobbelspel Alea Iacta Est. In elke speelsessie zijn er vijf locaties waarop de spelers hun dobbelstenen kunnen plaatsen om verschillende schatten en bonussen te bekomen. Order of the Gilded Compass komt ook met 9 verschillende gebouwen die zorgen voor vele unieke combinaties. Ik hou van dobbelstenen en ik denk dat dit dobbelspel helemaal mijn ding zal zijn.

Terraforming Mars heb ik reeds gespeeld en de hype is terecht. Het is een heel goed spel. Toch twijfel ik nog of ik het spel al dan niet ga aanschaffen. Het is heel leuk, maar het duurt ook lang. Meer dan 2 uur met twee spelers? 4 uur met vier spelers? Hum, dat is best lang. Toch heb ik ervan genoten en heb ik me op geen moment verveeld. Elke ronde koop je kaarten en wacht je op het juiste moment om die kaarten uit te spelen. Hiervoor kijk je naar de verschillende parameters op het bord. Je mag kaarten immers pas uitspelen wanneer er aan een bepaalde voorwaarde is voldaan. Er zijn verschillende doelen die je kan halen om overwinningspunten te scoren, maar je moet snel zijn, want je bent niet de enige die voor die doelen gaat. Het spel zit thematisch goed in elkaar, maar persoonlijk spreekt het thema me minder aan. De gameplay zelf is schitterend, vooral het uitspelen van de kaarten is echt tof. Op het speelbord probeer je je tegels op de beste plekken te plaatsen wat ook heel leuk is. De spelersinteractie is wat beperkt, maar dit stoorde me niet. Hoe meer ik erover nadenk, hoe minder ik twijfel. Dit spel moet ik gewoon hebben!

Clank! is een deckbuilder aangevuld met een fantasy speelbord. In tegenstelling tot Trains ziet dit speelbord er veel cooler uit. Je zit in een diepe ondergrond en baant je zo een weg in de dungeon. Hoe dieper je graaft, des te meer schatten je kan vinden. Je moet er echter voor zorgen dat je op tijd terug boven bent voordat het spel eindigt. Anders ben je er aan voor de moeite. In je deck zitten clank! kaarten waarmee je lawaai maakt en hierdoor kan de draak wakker worden. Je trekt random kubussen uit een zak en dit bepaalt wie er slachtoffer wordt van de draak. Leuk!

Mansions of madness: 2nd edition is de tweede versie van Mansions of Madness. De eerste editie van MoM heb ik reeds gespeeld en dat vind ik een heel tof spel. Het grootste probleem was echter de setup. Het duurde heel lang om dit spel op te zetten en als de speler (die de monsters bestuurde) één cruciale fout maakte bij het klaarzetten van het spel, was de hele speelsessie om zeep. Dit is nu opgelost door het toevoegen van een app. Deze app neemt de rol van de monster-besturende-speler over en zorgt er voor dat er (bijna) geen fouten meer mogelijk zijn. Ik heb de tweede editie nog niet gespeeld, maar ik heb wel de gratis app al gedownload en die ziet er schitterend uit. De puzzels zijn de max! Blijkbaar zaten er in het begin nog een aantal beginnersfouten in de app, maar hopelijk zijn die er ondertussen allemaal uit. Het enige nadeel vind ik de hoge kostprijs. In de dure basisdoos zitten slechts 4 scenario’s. Als je meer scenario’s wil spelen, moet je uitbreidingen kopen en die uitbreidingen kosten ook een pak geld. Jammer.

Ik ben klaar voor de ESSEN MADNESSSSSSSSSSSSS!!

Mijn 17 laatst gespeelde spellen

Standaard

Qwixx – Qwixx is poepsimpel en – laat ons eerlijk zijn – heeft een grote geluksfactor. Toch zijn er twee strategieën om dit spel te spelen. De eerste strategie is om zo weinig mogelijk vakjes over te slaan om op die manier zoveel mogelijk opties open te laten naarmate het spel vordert. De tweede strategie is rushen naar het einde. Regelmatig 2 à 3 vakjes open laten en ondertussen proberen om zoveel mogelijk kruisjes te zetten en de rijen zo snel mogelijk proberen af te sluiten. Hoe sneller het spel eindigt, des te groter de kans dat je wint aangezien je meer kruisjes hebt aangeduid. Het risico van deze strategie is echter dat je soms de pech kan hebben dat je een rij niet kan afsluiten (wegens slechte dobbelsteenworp). In dat geval moet je soms minpunten pakken. Ik ga altijd voor de tweede strategie en ik moet zeggen dat die strategie vaak loont, zeker tegen een speler die iets trager speelt en weinig vakjes overslaat. Voor mij is deze filler nu al een All time classic! Qwixx staat, samen met Crokinole, op de vijfde plaats van mijn meest gespeelde spellen aller tijden. Enkel Quoridor, Coloretto, Manillen en Dammen doen beter. Qwixx krijgt een 7/10 voor zijn speelplezier en grote herspeelbaarheid. Ik kan zelden stoppen na één spelletje.

♠♠♠

Haru Ichiban – Haru Ichiban is een abstract spelletje waarbij je bloemen op leliebladen moet plaatsen en zo patronen moet vormen die punten opleveren. Ik vind het een leuke filler die heel vlot speelt. Voorlopig geef ik Haru Ichiban een 6/10, maar dit cijfer kan zeker nog stijgen wanneer ik het spel meer heb gespeeld.

 

♠♠♠

Brieven uit Whitechapel – Hoe minder spelers, des te beter Brieven uit Whitechapel tot zijn recht komt. Met meer spelers speelt het minder vlot. Ik speel het liefst als Jack The Ripper omdat je dan continu de spanning voelt om al dan niet gepakt te worden. Als detective is het enkel leuk als je een spoor kan vinden en de nabijheid van Jack voelt. Als je nooit een spoor van Jack kan vinden, is er weinig plezier aan. Ik geef Brieven uit Whitechapel een 9/10 als ik met Jack speel en een 7/10 als ik het speel als detective. Gemiddeld een 8/10 dus.

♠♠♠

Arcadia Quest – Arcadia Quest is een dungeon crawler waarbij je quests moet vervullen. Deze quests verschillen van scenario tot scenario. Voorbeelden van quests: vermoord één van de twee andere spelers, vermoord een bepaald monster of ga op een groen of rood token staan. Wie als eerste x aantal quests vervult, wint het spel. Ik vind Arcadia Quest een zalig spel. Je zit meteen in de actie, want Arcadia Quest nodigt uit om aan te vallen. Andere pluspunten aan Arcadia Quest zijn de eenvoud van de spelregels, de afwezigheid van een dungeon master, de variatie (door de verschillende scenario’s), de mooie miniaturen en de grote interactie tussen de spelers. Dit is voorlopig mijn favoriete dungeon crawler. Ik vind dit leuker dan Descent (second edition) en Dungeons & Dragons. Daarom een dikke 8/10.

♠♠♠

Mage Wars – Er zit veel sfeer in dit tactisch fantasy kaartspel voor twee spelers waarbij je elkaar aanvalt door kaarten over een speelbord te verschuiven. Op het eerste zicht was het overweldigend door de vele verschillende kaarten met Engelse tekst, maar na een heldere uitleg van Stefan en na een aantal speelbeurten werd alles snel duidelijk. Eigenlijk is het spel eenvoudig. Elke speler kiest twee kaarten uit zijn boek en vervolgens speel je elk om beurt de kaarten uit. Het doel is om elkaars karakter af te maken. Dit doe je door middel van monsters, spreuken, magie en wapens. De diepgang van het spel zit hem in de kaarten, die moet je leren kennen om een goede strategie te kunnen uitdokteren. Wegens tijdsgebrek hebben we het spel helaas niet kunnen uitspelen. Ik vond het leuk om te spelen, maar na een half spelletje kan ik nog geen volledig oordeel vellen. Het smaakt alleszins naar meer. Voorlopig een dikke 8/10 met veel groeipotentieel.

♠♠♠

Scythe – Wow wow wow! Scythe is de hype van het moment en wat mij betreft is dit volledig terecht. Dit is een heel tof spel! Denk aan Terra Mystica (iedereen heeft een ander ras en een eigen bordje waarop hij acties vrijspeelt) en voeg daar een gezonde dosis interactie/battles aan toe. Er zijn niet heel veel gevechten in het spel, maar toch moet je steeds op je hoede zijn, want vroeg of laat slaat er iemand toe. Dit zorgt voor een spannend speelverloop waarvan zowel de eurogamer als de ameritrasher zal genieten. Scythe stijgt met stip naar de eerste plaats op mijn wishlist. THIS GAME IS AWESOME! 9/10

♠♠♠

Between Two Cities – Dit spel won de Ditterio Award 2015 in de categorie beste familiespel. Between Two Cities is vergelijkbaar met Quadropolis. Je scoort punten door tegels te plaatsen. Het grote verschil met Quadropolis is dat je bij Between Two Cities steeds twee tegels kiest waarvan je de ene tegel samen met je linkerbuurman bouwt en de andere tegel samen met je rechterbuurman bouwt. Deze spelersinteractie én het puzzelaspect zorgen voor veel speelplezier. Het krijgt van mij 7/10.

♠♠♠

Bezzerwizzer – “Kies maar een simpel spelletje dat we buiten in de zon al liggend in onze strandstoel kunnen spelen”, riep Barbara. Ik stond voor mijn spellenkast in mijn haar te krabben. Niet evident. Uiteindelijk werd het Bezzerwizzer. Een triviaspel waarbij je elkaars kennis test. Het is leuker dan Trivial Pursuit om twee redenen. Ten eerste zijn er 20 (jawel, 20!) verschillende categorieën zodat je niet steeds een vraag over hetzelfde onderwerp krijgt. Ten tweede zitten er zowel heel makkelijke als heel moeilijke vragen in het spel. Dit is misschien wat oneerlijk, maar anderzijds geeft het de minder intelligente mensen (zoals ik) ook de kans om eens een vraag juist te kunnen beantwoorden. De 2 Bezzerwizzer tegels (waarmee je extra punten kan scoren wanneer je een vraag van de andere speler kan beantwoorden) en de Swap tegel (waarbij je een thema van de andere speler kan stelen) zorgen voor extra dynamiek. Ik heb al heel wat triviaspellen gespeeld, maar Bezzerwizzer vind ik momenteel het leukste. 8/10 voor mijn favoriet triviaspel.

♠♠♠

New York 1901 – Het overkomt me zelden – correctie – het overkomt me nooit dat ik een spel niet volledig wil uitspelen, maar bij New York 1901 was het toch kantje-boordje. We hebben het spel uitgespeeld, maar dik tegen onze zin. Zowel mijn vriendin als ik vonden er niets aan. Tegeltje kiezen, tegeltje plaatsen en proberen punten te scoren. GEEUW Misschien zijn we wat verwend op spellengebied, maar wij vonden dit echt saai. Een nietszeggend opgeplakt thema, een lelijk speelbord, een grote geluksfactor en – het ergste van allemaal – niet leuk om te spelen. Wat mij betreft een magere 5/10. Ik begrijp echt niet hoe het mogelijk is dat dit spel werd genomineerd voor de Gouden Ludo. Of misschien heb ik ongelijk en is dit een fantastisch spel dat iedereen zou moeten kopen? In dat geval mag je mijn exemplaar overkopen.

♠♠♠

Viticulture Essential Edition + Tuscany – Dit is een worker placement zoals ik ze graag heb. Veel variatie, veel mogelijkheden en altijd spannend. De Tuscany uitbreiding tilt Viticulture naar een hoger niveau. Viticulture is goed. Viticulture + Tuscany is fantastisch. We hebben al heel wat uitbreidingen van Tuscany gespeeld, maar nog niet allemaal. In het eurogenre is dit spel bij mij thuis de grootste hit van het moment. Ik kijk er ook naar uit om de Moor Visitors Expansion van Uwe Rosenberg eens uit te proberen. Net geen perfectie, maar zeker een dikverdiende 9/10.

♠♠♠

Deus – Deus zit echt goed in elkaar. Je speelt een kaart uit in een bepaalde kleur en vervolgens plaats je het bij deze kleur horende gebouw op het speelbord. Als je een kaart in een bepaalde kleur speelt, mag je meteen ook al je vorige uitgespeelde kaarten in die kleur nogmaals mag uitvoeren. Dat is leuk. Toch heb ik een dubbel gevoel bij dit spel. Het kaartsysteem is tof, maar de beleving op het speelbord vind ik niet super. Toch nog een 7/10.

♠♠♠

King & Assassins – King & Assassins is een vlot spelend spel met eenvoudige regels. Het voelt alleen wat abstract aan. Ik had gehoopt op dungeoncrawl-achtige battles met veel thema en animo, maar het was eerder een schaakspel waarbij je openingen zoekt om de andere speler zijn speelstukken te slaan (met een dun thematisch laagje). Niet slecht uiteraard, maar ik had er toch iets meer van verwacht. Het spel is te vergelijken met Mr. Jack, maar deze laatste vind ik stukken beter. Daarom denk ik dat King & Assassins mijn spellenkast binnenkort zal mogen verlaten, want in een leven gevuld met fantastische bordspellen is goed niet altijd goed genoeg. King & Assassins krijgt van mij een score van 6/10.

♠♠♠

Battlelore (second edition) – Battlelore (second edition) is een fantastisch spel dat helaas veel te weinig op tafel komt. Dit komt omdat mijn vriendin een voorkeur heeft voor het gelijkaardige Memoir ’44. Ik speel beide spellen graag, maar ik heb een lichte voorkeur voor Battlelore. Battlelore (second edition) is een conflictspel met miniaturen voor twee spelers waarbij je punten scoort door figuren van je tegenstander uit te moorden en door strategische punten op het speelbord te bezetten. Door het uitspelen van kaarten activeer je bepaalde figuren, verplaats je diezelfde figuren en val je met deze figuren de speelstukken van je tegenstander aan. FENOMENAAL SPEL = 9/10!

♠♠♠

Karuba – Karuba is een kort en simpel familiespel waarbij je tegels moet aanleggen op je persoonlijk spelersbordje om vervolgens zo snel mogelijk de wegen op die tegels te doorlopen. Niet slecht, maar ik vond dat er te weinig uitdaging en spanning was. In dit genre spellen geef ik de voorkeur aan het veel leukere tegelspel Sanssouci. Karuba krijgt van mij een 6/10.

♠♠♠

Crabz – Crabz is een abstract spelletje dat me deed denken aan een mix van Pinguïn en Hive. Je probeert je krabben op de krabben van je tegenspelers te plaatsen. Wanneer je tegenspeler geen zet meer kan doen (meestal wanneer je alle krabben van je tegenspeler hebt afgedekt), win je het spel. Leuk, maar net iets te simpel om aan mijn collectie toe te voegen. Ik heb nog steeds een voorkeur voor Hive (in dit genre spellen). The points of the jury: 6/10.

♠♠♠

Raiders of the North Sea – Toffe worker placement waarbij je elke beurt een werker op het speelbord plaatst (en de bijhorende actie uitvoert) en daarna een andere werker van het speelbord wegneemt (en opnieuw de bijhorende actie uitvoert). Eenvoudig qua regels, maar toch heel wat diepgang. Je moet niet alleen goed kijken naar de acties die je kiest, maar ook de volgorde van de acties en de kleur van de werkers die je gebruikt zijn van groot belang. Voor diegenen die Champions of Midgard een tof spel vonden, heb ik goed nieuws. Dit spel is veel beter! Een solide 8/10.

♠♠♠

Ticket to Ride Europe – Klassieker onder de familiespellen. Ondanks de grote geluksfactor blijft het een spel dat ik graag speel. Kaartjes verzamelen en dan treintjes op het speelbord plaatsen om aaneengesloten routes te vormen. Het leukste element in dit spel is dat je de andere spelers lekker kan dwarsbomen. Mijn strategie is om zoveel mogelijk korte routes te verwezenlijken. Die routes kan je meestal snel vervullen waardoor je snel nieuwe coupons mag nemen. Hoe meer coupons je neemt, des te groter de kans dat routes overlappen. Hoe meer overlappingen, des te sneller je route klaar is. Ticket to Ride is nog steeds goed voor een 7/10.

♠♠♠

Welk spel uit mijn 17 laatst gespeelde spellen draagt jouw voorkeur?

Mage Wars

Standaard

Mage Wars: Ik laat MR Warlock een poepie ruiken en ga vanavond met de Priestess naar bed.

KRAK! WOOOSH! Een groene wijnrank rukt zich uit de grond, groeit wervelend tot een angstwekkend verstikkend bladerdek dat de polsen van mijn tegenstander vastpint. De ontluikende bladeren omsluiten zijn nek en ik knijp mijn palm dicht. Hard. De wijnrank volgt en wringt zich met een ziekmakend gekraak rond zijn lichaam. VLAM! Mijn gedachten staan in vuur en vlam. Bladeren schreeuwen scheurend, vliegen zwartgeblakerd naar de lucht. Mijn wijnrank verdampt in de hitte van de groeiende vuurkolom. Het vuur slaat in en ik werp een cocon van knetterende energie rondom me. Mijn bubbelende huid geneest zich en met al mijn wilskracht stuw ik de energie voorwaarts en werp magiër met vuurkolom achterwaarts.

Dit is Mage wars… een duel tussen 2 magiërs, in een arena… tot de dood. Mage wars blijft één van mijn favoriete tweespelers. Het spel weet je als geen ander mee te sleuren in een epische, magische doodsstrijd. Tijdens Mage Wars word je één met je karakter. Je kruipt in het hoofd van je tegenstander en krijgt als nooit tevoren het gevoel van een zware meedogenloze uitputtingsslag.

In de basisdoos vind je een enorm speelbord, wat fiches en 4 magiërs – for the record, kaarten decks, geen levende exemplaren of opblaasbare poppen – met een unieke speelstijl. En dat is fijn want hoe meer je Mage Wars speelt hoe meer je je eigen stijl ontdekt. Je wordt één met je karakter. De “Warlock” belichaamt ruwe aanvallende energie en staat afgebeeld met een knetterende zweep van vuur. Hij vliegt naar de keel. En hij heeft een heerlijke sixpack. De “Priestess” omringt zich met engelen en genezingsspreuken. Ze gaat voor de uitputtingsslag en overmeestert haar tegenstanders als ze leeggezogen van magie op hun knieën bezwijken. Verleiding in een heerlijk pakje. De “Beastmaster” omringt zich met wervelende hordes beesten en laat hen in groep aanvallen. Ik vind hem persoonlijk wat te harig. Tot slot is er de “Wizard” – mijn persoonlijke favoriet – listig, die speelt met de magie van zijn tegenstanders. De meta-magiër. En met heerlijke paars-blinkende outfits, zonder punthoed en zilveren sterren. Gelukkig.

Op het enorme speelbord vind je een arena met grote vakken. Je zou bijna gaan denken dat het spel gemaakt is voor mijn verziende oma met enorme bifocale ivoren bril. Maar ik ontdek al snel dat zo’n groot bord nodig is. Elk vak geeft plaats aan magiërs, hordes beesten, wervelende wijnranken, muren en barrières die straks via magie worden opgeroepen. Prachtig en eenvoudig. Een arena, zoals het moet zijn.

De spelregels overloop je op 10 minuutjes. Ja, zelfs met mijn dwindelende intellect ben ik in staat de spelregels vlot uit te leggen. Dat is straf. De logica van het spel zit bijna organisch in elkaar. De uitdaging zit hem in de vele kaartjes die horen bij elke magiër. Ook daar neem je best 10 minuutjes voor. Maar elke zichzelf respecterende netflix-kijkende-CHECK-of-comic-books-lezende-CHECK-of-gewoon-slimme-mens-DAMN moet er in slagen het spel te spelen. De belangrijke woordjes staan in het vet. Dus neem de tijd om deze met nieuwe tegenstanders te overlopen.

Ok. Als je – net als ik toen – schuimbekkend van verlangen in een paars-glinsterende-magiërs-cape-en-fake-harry-potter-toverstaf achter je computer zit en al begint te fantaseren, tsja, dan zal dit spel wel iets voor jou zijn. Maar opgelet. 10 minuutjes speluitleg voor de regels, nog 10 voor die moeilijke woordjes en… wie de centen ophoest om het spel te kopen moet natuurlijk wel eerst 2 decks samenstellen. Daar steek je wel even tijd in. Dus, ben jij de rare fantasy geek eigen uitgevonden dansje proud-of-it, reken dan op een 30 minuutjes om de voorgestelde decks voor elke magiër uit de spelregels op te vissen en mooi in de “spellbooks” te steken.

Want BOOMSHAKALAAAA de “spellbooks” – damn, hoe vertaal je al die geeky woorden in het nederlands – vind ik ultra-cool! De decks worden niet in een stapeltje geschud waarbij je elke beurt wat kaarten op de hand mag nemen. Bij mij ging dat altijd gepaard met een grote pruillip – of dikke grijns – als ik dan de (on)gewenste kaarten op het verkeerde – juiste – moment magisch in mijn hand zag verschijnen. Je stelt een ultra-deck samen en dan komen kaarten niet zoals je dat wenst. Balen is dat. Wie mij kent, kan zich de ik-heb-rotte-vis-gegeten-deze-middag-en-de-gal-smaakt-bitter-in-mijn-mond-blik wel voorstellen. Die “spellbooks” maken Mage Wars wat mij betreft leuker, anders dan bekende tweespeler toppers zoals Netrunner en Magic. Sorry geeky-boys-en-nerdy-girls. Ik kick op die “spellbooks”. Mijn deck zit klaar, mooi geordend en ik mag er elke beurt 2 kaarten uit kiezen. Jaaaaaaa, lekker DE twee kaarten die ik zelf wil, ja, IKKE en niet MR LUCK.

En dan tintelen de vingertjes en ik stel me voor dat de opbouwende anticipatie de mana poel (de bron van magie) is die zich in mijn lijf opbouwt. Klaar voor de strijd. Mage Wars barst los. Barst echt los. Meestal duurt het geen 3 ronden voor op het bord allerlei zaken verschijnen. Wat? Dat hangt af van het magische vernuft van de arme stakker tegenover me. Twee kaarten per keer, rol ik in verpulverend crescendo mijn strategie uit. Tot ik een nieuwe speelstijl ontdek. Want iedereen speelt anders, elk deck is anders, elke tegenstander is anders, elke bluf is uniek. Mage Wars gaat heen en weer in hoog tempo terwijl bliksemschichten, vuurballen, grommende helhonden en de kracht van de natuur tot leven komt. I love this game.

Mage Wars is zo’n spel waar je over na praat. Toen had ik die kaart maar ik heb hem niet gespeeld omdat ik dacht dat jij… maar weet je nog toen ik met mijn “Hydra” je “Archangel” wist te verslaan… Jaaaaaa maar ik had je goed liggen met die counter enchantment waardoor ik je eigen spreuk tegen je hebt gebruikt en je opeens je staf zal verbrijzelen… cool. We spreken onze eigen taal. Fantasy bordspel chinees.

Ik heb Mage Wars al vaak met nieuwe mensen gespeeld en nog nooit zijn mensen teleurgesteld weggewandeld. Wie het natuurlijk met de lieftallige wederhelft thuis wil gaan spelen moet even beoordelen of dit spel wel goed is voor de echtelijke vrede. Maar als jullie ’s avonds tevreden verkleed als “Priestess” en “Wizard” verzuchtend in bed namijmeren dan krijgt het spel opeens een extra dimensie.

Kortom, de moeite waard, speel het! De enige voorwaarde is een tegenstander vinden die net zoals jij houdt van een lekkere full-frontal spannende battle. Mage Wars zindert na.

Waarom vind ik Mage Wars zo uniek? Nog even op een rijtje:

1/ Het spel speelt vlot, snel, na enkele ronden zit je volop in een ademhappende levensstrijd. Boem!

2/ Je wordt één met je karakter, bouwt aan het deck waarmee je speelt. Hot Priestess of Muscle-Packed Warlock. Your choice!

3/ Het is leuk om door je deck te kunnen bladeren, de spellbooks zijn leuk, makkelijk, uniek!

4/ Je kiest twee kaarten per beurt, geen drafting, je KIEST de kaarten, geen geluk, alleen jij en je spellbook.

5/ Je kan bluffen, kaarten spelen, de volgorde bepalen.

6/ Je kruipt in het hoofd van de tegenstander. Verborgen enchantments spelen, verrassen, aanvallen, verdedigen.

7/ De 4 verschillende speelstijlen van de basis magiërs demonstreren prachtig de stijlen van het spel

8/ Het moet één van de meest intuïtieve spellen zijn, de basis regels zijn heel eenvoudig

9/ Na enkele ronden ben je mee, je bladert immers door je spellbook, die organiseer je logisch

10/ Ben je toch al zo’n nerdy roleplaying fantasy geek like me, ME! dan kan je evengoed een deftig spel spelen

Stefan

Stefan is een gastschrijver voor Ditterio's race door spellenland.

Battalia: The Creation

Standaard

Battalia staat voor euhm… battle en euhm… nog wat anders. Battle! Yaaargh. Een denkbeeldige woeste vikingkreet ontsnapt mijn keel en ik lik het bloed van mijn lippen. Ik word alles wat mijn door-de-weekse-grijze-muis-met-groeiende-bierbuik niet is. De zin om… lekker te vechten, er op los te rammen, bedreigingen ontvallen mijn schuimende bek… crescendo van theatrale muziek in mijn hoofd… ik ga met ijzeren vuist hun spel verneuken en op een bebloede berg van tegenstanders mijn overwinningsvlag planten. Iets te veel enthousiasme. Ik weet nog net mijn wankelende schuimende pint van de ondergang over de tafelrand te redden.

En euhm… dat tweede deel… want Battalia is ook een deckbuilder met heel wat opties. Met een geniepige pruillip verval ik terug in de zachtaardige spellen-spelende-ik en glimlach ik zoet naar mijn charmante tegenspelers. Want Battalia verleidt ook de strategische speler. Het spel combineert deckbuilding met het leggen van een kaart, steden en de controle over  miniaturen.

Met oooo’s en aaaa’s neem ik alle onderdelen uit de doos… verdomme, de tafel is te klein. Even proppen, verschuiven, nog eens verschuiven. Oef, het kan er net op. Speel je met enkele trappisten liefhebbers, zoek je dan maar een bij-tafeltje voor die mooie glazen en dat koele hemelsnat. Veel materiaal dus voor een eerlijke prijs, grote tafel niet inclusief. Enkel de kaartjes met de wegen en steden vind ik o-zo-spijtig iets minder mooi uitgevoerd. Maar goed, geile anticipatie overwint de mierenneuker. Ik vind dat het er goed uit ziet. Dik in orde.

En dus shuffle shuffle even alles shuffle shuffle klaarleggen. Veel stapeltjes met kaarten, netjes geschud. Dus reken wel even op een goede 15 minuten om alles keurig klaar te zetten voor de start. En dan START! Speluitleg. Geleerde zinnen ontsnappen mijn lippen en keurig overloop ik alles dat je op de tafel ziet liggen met de air van een filantropische multi-miljonair die als hobby komt lesgeven… wie last-minute zijn spelregels instudeert moet al snel de spelregels bij de hand nemen. Toch net wat meer uitleg dan gedacht. Ooops. Ik heb mijn eigen intellect weer eens gigantisch overschat en mijn absorberingsvermogen volgt een kelderende exponentiële lijn met de jaren. Blijkbaar was ik dat ook alweer vergeten.

En zo begint Battalia, met een lege kaart, een startlocatie voor elke speler, 10 kaarten in je trekstapel en een handlimiet van 6. Vervolgens zet je de grijze cellen aan het werk… je piekert, wikt en weegt. Je probeert bij het eerste spel de logica, combinaties, mogelijkheden van het spel te proeven. Met de kaarten op je hand koop je nieuwe kaarten die onderdeel worden van je deck. Trekstapel leeg, herschudden van de aflegstapel en off you go. Op een handige overzichtskaart zie je de kostprijs van alle kaarten, wegen, steden en other cool stuff. Het speelt vlot, rondje na rondje. Verbazingwekkend snel. In het begin ben je alert bij de acties van elke tegenspeler want een meesterzet kan je kopiëren. Het deckbuilding aspect zit goed in elkaar. Groovy… maar hoe zit het nu met die rivieren van bloed?

Met de kaarten op je hand koop je nieuwe kaarten voor je deck maar je koopt er ook miniaturen mee, beweging op de centrale kaart. Je koopt er ook steden mee en wegen naar een volgende locatie. Je doet aan deckbuilding maar ook area en miniature control. Interessant. Het is even zoeken wanneer ik de overstap moet wagen. Ik besluit om als eerste wegen te bouwen. Snel… van mijn startlocatie naar de neutrale steden die ik met mijn woeste miniaturen binnen wals. Oh yeah, my empire grows. De tegenstanders besluiten even uit mijn buurt te blijven. Ze bouwen hun krachten op. Ik blokkeer de wegen naar mijn steden. Goed gezien en leuk dat je de kaart naar je hand kan zetten maar grrrrrr, nu ontneem ik mezelf het plezier op full-frontal confrontatie.

De battles moet je voorbereiden want je speelt elk om beurt een reeks kaarten uit je hand. Wil je vechten – maar ook verdedigen – dan moet je goede kaarten op de hand hebben op het juiste moment. Dus bij de opbouw van je deck moet je ook hier rekening mee houden. Ik toon mijn ooo-ik-ben-zielig-en-heb-slechte-kaarten-op-de-hand-puppy-eyes blik terwijl ik overdonderd-mega-machtige-kaarten probeer te verbergen. Als ze nu aanvallen, dan zal de verdediging meedogenloos zijn… in het genre van ik-spies-hun-verminkte-lichamen-op-de-torenpieken-van-mijn-stad.

Maar een aanval blijft uit, het spel gaat te snel vooruit. Battalia speelt snel. Mijn steden blijven buiten schot en opeens wordt het einde van het spel getriggered. Huh, echt? Aaaaawwwww ik heb mijn goede kaarten nog niet eens kunnen uitspelen. Damn. What just happened?

Battalia is best wel cool. Er hangt een leuke sfeer aan te tafel, naast het deckbuilden moet je bezig zijn met je tegenstanders, de kaart in de gaten houden. Plannen over aanval en verdediging en beweging. In het eerste spel is de verhoopte battle wat uitgebleven maar dat ligt ongetwijfeld aan het feit dat ik toch vooral een door-de-weekse-grijze-muis ben en niet een oorlogsvoerende oppergod… In mijn volgende spel Battalia zal ik misschien toch in de metamorfose slagen!

Stefan
Stefan is een gastschrijver voor Ditterio's race door spellenland.

Ashes : Rise of the Phoenixborn

Standaard

Deze doos lag met zijn prachtige artwork op de doos te blinken op de spellentafel van spellenclub De Strateeg. Met vurig verlangen om dit spel op de tafel te zien rijzen, kon ik een speluitlegger en een groep spelers strikken om deze beauty te spelen. Helaas is dit een spel dat je niet een eerste keer met meerdere spelers tegelijk moet spelen want het spel kwam er als een verzopen vogeltje uit tevoorschijn. Met onervaren spelers duurde het gewoon te lang en het ontbrak ons aan inzicht maar ook specifieke regels om een spel met meerdere spelers op gang te laten komen.

De Strateeg stelde echter de demo versie van het spel ter beschikking om een maand lang uit te testen en het een kans te geven tot wederopstanding.

In Ashes : Rise of the Phoenixborn speel je een magiër, jouw Phoenixborn, gespecialiseerd in een bepaald type toverkracht en roep je allerlei creaturen op om de andere Phoenixborn tot as te herleiden. Ja, een kaartspel dat zich overduidelijk gespiegeld heeft aan Magic voor zijn thema en stijl. Uniek en de grote publiekslokker is dat in plaats van willekeurige manakaarten, dobbelstenen met symbolen worden gebruikt als betaalmiddel.

Hier is alvast wat ik uniek en positief vond aan het spel

  • De dobbelstenen zijn minder willekeurig dan je op het eerste zich zou denken. Je kan namelijk ‘mediteren’ en zo eender welke kaart(en) aan jouw kant van de tafel afleggen om de dobbelstenen naar de kant te draaien die je wil. Op die manier kun je dus iets doen met de kaarten die op dat moment niet echt nuttig zijn in je hand of op tafel en ze omzetten in een nuttig betaalmiddel. Bepaalde symbolen kun je eveneens gebruiken om andere symbolen te betalen, wat nog eens de willekeur verkleint.
  • De geluksfactor is vrij beperkt in het spel. Je kan kiezen welke kaarten je in je openingshand neemt en het deck is slechts dertig kaarten dun met maximaal drie kopieën van elke kaart.
  • De speler beschikt daarnaast over een apart conjuration deck met enkel creaturen. Op die manier heb je altijd de mogelijkheid om een creatuur tevoorschijn te toveren en deze opnieuw te gebruiken, zolang je over het juiste summoning boek beschikt.
  • Sommige spreuken, zoals summoning boeken, blijven op tafel liggen en kun je opnieuw gebruiken in een volgende ronde. De plaats is beperkt. Net als voor creaturen kun je afhankelijk van welke Phoenixborn je speelt maar een bepaald aantal herbruikbare spreuken neerleggen.
  • Tactische gameplay : net als in Star Wars LCG zijn er in het spel uitputtingstokens. Een kaart met zo’n token erop kan je niet meer opnieuw gebruiken tot deze refresht. Je tegenstander kan echter ook zo’n tokens op jouw kaarten spelen en je op die manier een hak zetten. De volgorde waarin en het tempo waarmee je dingen uitspeelt is dan ook super belangrijk in dit spel.
  • Nog meer tactische gameplay : ga je met je creaturen verdedigen, dan heb je twee keuzes. Je kunt gewoon blokkeren en een vijandelijk creatuur tegenhouden zonder deze zelf schade te laten doen. Anderzijds kan je ervoor kiezen om te counteren en wel je schade te doen bij het verdedigen, maar dan krijg je wel zo’n uitputtingstoken. Ten slotte kan je Phoenixborn zelf als reddende engel neerdalen om de schade aan je creaturen zelf op te vangen.
  • Ja hoor, nog méér tactische gameplay : je hoeft niet met alles in één keer aan te vallen, maar gedurende een ronde kan je in een of meerdere beurten ervoor kiezen om met één of meerdere van je creaturen aan te vallen.
  • De Phoenixborn voelen lekker verschillend aan en elke keer je een nieuwe Phoenixborn uitprobeert, ontdek je een nieuwe speelstijl. De Phoenixborn spreken tot de verbeelding en zijn fantasievol.

Hoe voelt het om Rise of the Phoenixborn te spelen?

Dit is niet het spel van de epische plays. Met de actiestructuur waarbij je één actie speelt en dan vervolgens je tegenstander zal je geen verrassende plays doen waarbij je opeens een groot aantal creaturen op tafel smijt die je in je hand had achtergehouden. Je zult ook niet meerdere kaarten tegelijk spelen die elkaars effecten laten triggeren om je tegenstander met een vuurwerk van jewelste te verrassen.

Er zit geen economische progressie in het spel. Je beschikt steeds over dezelfde tien dobbelstenen. Af en toe speel je kaarten die deze dobbelstenen opnieuw refreshen maar van een cost curve is nauwelijks sprake. Dit heeft als voordeel dat je in de eerste ronde al meteen een groot creatuur kunt spelen als je dat wenst. Maar je zal opnieuw geen big plays zien omdat je plots over meer economische middelen beschikt. In Ashes is het voornaamste om je resources te managen. Geef je teveel resources ineens uit dan kom je later in de problemen en geef je je tegenstander de kans om acties te doen waarop jij niet meer kan reageren.

Dit is niet het spel van de grote spectaculaire effecten. Ik werd niet echt warm van de combo’s die ik kon spelen. Deze spraken niet meteen tot mijn verbeelding en ook had ik niet het gevoel van tevredenheid omdat ik iets speciaals deed in het spel. Nee, de effecten zijn niet vurig en flashy maar wel ijzig efficiënt om het spel van je tegenstander te verstoren. Die berekendheid en trage opbouw van combo’s geeft dan wel weer de nodige interactie omdat je tegenstander deze al ziet aankomen en al dan niet moet beslissen om erop te reageren. Het spel is om bovenstaande redenen ook niet ‘swingy’ van aard.

Je deck zal een bepaald meesterplan volgen en jij als speler probeert om alle stukken die je strategie nodig heeft zo snel mogelijk op tafel te krijgen. Het is aan je tegenstander om constant stokken in de raderen te steken om je te vertragen. Zo zitten er in het spel heel wat controle effecten die bijvoorbeeld je spreuken of creaturen uitputten voor een volledige ronde, kaarten terug sturen naar de hand, creaturen beschadigen of dobbelstenen van de tegenstander uitputten. Het is voornamelijk de bedoeling om jouw tegenstander’s tempo te vertragen en je eigen tempo zo te verhogen zodat je tegenstander is genoodzaakt om zijn acties te verspillen met reacties op wat jij doet.

Dit is een vrij lang spel. Door de vele controle effecten worden aanvallen vaker uitgesteld. Je ziet combo’s aankomen op voorhand waardoor je niet meteen door het verrassingseffect wordt weggespoeld. Als je een summoning boek hebt liggen kun je steeds opnieuw creaturen neerleggen uit je conjuration deck dat onuitputtelijk is. Ik zie wel mogelijkheden om snellere decks te bouwen maar de aard van het spel met één hoofdactie per beurt bevordert een tragere opbouw.

Elke kaart en actie in dit spel is waardevol en moet bedachtzaam en afgewogen worden uitgespeeld. Dit is niet het type spel dat op autopiloot of op de eigen kant van de tafel gespeeld kan worden. Interactie met je tegenstander is cruciaal net als het behoedzaam omspringen met je dobbelstenen om de dominantie over het tempo van de match te grijpen.

Bedenkingen

Ik ben natuurlijk niet super ervaren met het spel maar toch waren er twee zaken die me niet 100 % lekker zaten :

  • Het ligt misschien aan het feit dat de decks zo klein zijn, maar soms kun je niets beginnen als de tegenstander net die Phoenixborn en kaarten in zijn deck heeft die jouw speelstijl counteren. De variatie binnen een deck is misschien wat te minimaal. [Dit is met de decks zoals die uit de doos komen]
  • Je kan het met drie of vier spelen, maar er zijn geen aparte regels voor of extra kaarten die dit verder ondersteunen. Dit lijkt me het wilde westen voor kingmaking en het opportuun aanvallen van de zwakste speler.

Een persoonlijke voorkeur en niet echte kritiek maar ik mis een beetje de unique selling proposition van het spel. Het spel heeft wel slimme mechanismen en doet wat het moet doen zeer goed. De dobbelstenen als betaalmiddel doen het spel opvallen, maar uniek is een andere vorm van resources generen in een kaartspel al lang niet meer. Het aparte conjuration deck met creaturen is wel iets uniek en doet me ergens denken aan de vampire library in Vampire Jyhad. Toch mist er iets echt speciaals zoals plotdecks in Thrones, het bouwen van servers in Netrunner, de pokerhanden van Doomtown, de arenamap en het open spelboek van Mage Wars, de speciale victory conditions van L5R of de area control in Conquest. Los daarvan is Ashes wél degelijk een kwaliteitsvol spel.

Verdict

Alhoewel Rise of the Phoenixborn op het eerste zicht een Magic kloon lijkt, is het gevoel tijdens het spelen toch anders dan je verwacht. Geen big combo’s of big plays maar een heen-en-weer interactief steekspel waarbij voornamelijk controle krijgen over je tegenstander het verschil maakt. Terwijl je het meesterplan van je deck op lange termijn uitvoert, moet je voornamelijk je tactische zetten stap voor stap afwegen en aanpassen aan wat je tegenstander doet. Dit is uiteraard het geval in meerdere duel kaartspellen, toch valt vooral de sterke aanwezigheid van controle elementen op in Ashes. Alhoewel je een spel met dobbelstenen al snel als een spel met grote geluksfactor zou bestempelen is in Ashes het tegendeel waar. De geluksfactor is hier tot een minimum herleid. Het zijn jouw tactische beslissingen en het effectief gebruik van je resources die je het spel laten winnen, geluk is wel aanwezig maar zal je niet vaak komen redden.

Dit spel is niet geschikt voor spelers die het haten dat hun plannen constant onderbroken worden door controle elementen. Ook spelers die kaartspellen spelen om big plays en flashy effecten af te vuren zullen van een kale reis terugkomen. Spelers die houden van een no-nonsense tactisch schaakspel in kaartvorm zullen Phoenixborn dan wellicht wel weer op prijs stellen.

Thomas

 

Thomas is een gastschrijver voor Ditterio's race door spellenland.

 

Ditterio Awards 2015

Standaard

Welkom bij de Ditterio Awards: editie 2015!

In deze rubriek zet ik een aantal topspellen uit 2015 in de bloemetjes.

Award voor mooiste artwork

Mysterium

Award voor beste coöperatief spel

Pandemic Legacy season 1

Award voor beste spel van het jaar

Blood Rage

Award voor beste familiespel

Between two cities

Award voor beste uitbreiding

Dixit 6: Memories

Award voor beste strategisch spel

Mombasa

Award voor beste thematische spel

Blood Rage

Award voor beste partyspel

Codenames

Award voor beste tweepersoonsspel

7 Wonders Duel

Award voor beste reprint

Viticulture Essential Edition

Award voor meest innovatieve spel

Pandemic Legacy season 1

Welke bordspellen uit 2015 verdienen volgens jou een award?

(en in welke categorie)

Laat het me weten in de commentaren hieronder.

Ditterio

Raiders of the North Sea

Standaard

Bordspellen met een beperkt aantal mogelijkheden en toch heel veel diepgang. Het is een trend in spellenland waaraan ook Raiders of the North Sea perfect beantwoordt.

Raiders of the North Sea is een mooi bordspel met degelijke componenten, eenvoudige regels, veel strategie, een aangename speelduur, een tof worker placement systeem en snelle beurten.

Het worker placement gedeelte in dit spel is heel eenvoudig en toch origineel. Héél origineel! Ik heb dit systeem alleszins nog niet gezien in andere bordspellen.

Wil je weten hoe dit werkt?

Lees dan verder.

Je plaatst een werker op het speelbord. Je voert de bijhorende actie uit. Je neemt een andere werker van het speelbord en voert de bijhorende actie uit. De volgende ronde doe je dit opnieuw, maar dan zet je je zopas verworven werker in.

Het is de bedoeling om zoveel mogelijk punten te scoren door gebieden aan te vallen.

Een gebied kan je echter niet zomaar aanvallen. Om een gebied aan te vallen moet je:

1/ de nodige goederen bezitten (die kan je verzamelen door je werker op de juiste plekken op het speelbord te plaatsen)

2/ voldoende kaarten voor jou hebben liggen (deze kaarten hebben leuke permanente effecten)

3/ een werker in de juiste kleur kunnen inzetten

Wanneer je aan bovenstaande voorwaarden voldoet, kan je in dat gebied een werker plaatsen en een robbertje vechten.

Als beloning voor je vechtlust, krijg je een aantal goederen. Deze goederen kan je gebruiken om te ruilen met andere goederen of om andere gebieden te gaan aanvallen.

Naast goederen kan je ook één of meerdere doodskoppen krijgen. Per doodskop sterft er één van jouw karakters (verwijder een kaart die voor jou ligt), maar tezelfdertijd krijg je ook meer aanzien (en punten!).

Als je niet alleen deelneemt aan een gevecht, maar de tegenstand ook nog eens verplettert (lees: je hebt een grotere aanvalswaarde dan de waarden op het bord), dan scoor je extra punten.

Mijn ongezouten mening:

Raiders of the North Sea is een heel tof spel. Je start met beperkte mogelijkheden en dito grondstoffen, maar naarmate het spel vordert, wordt het steeds interessanter. Je bekomt meer grondstoffen, meer kaarten, meer kracht en (het belangrijkste van allemaal) je merkt dat er veel meer diepgang in dit spel zit dan je aanvankelijk dacht.

Je moet niet alleen goed opletten welke werker je plaatst en welke werker je wegneemt, maar je moet ook aandacht besteden aan zijn kleur (wit, grijs of zwart). Op sommige plaatsen op het speelbord mag je immers enkel zwarte werkers plaatsen terwijl je op andere plekken net een grijze of witte werker nodig hebt.

Je staat voortdurend voor lastige keuzes. Langs de ene kant wil je dolgraag die witte werker nemen om in je volgende beurt met deze witte werker te kunnen aanvallen. Langs de andere kant is die bijhorende actie op dat moment misschien minder goed dan de actie van één van de grijze of zwarte werkers.

Je kan de andere spelers ook lekker pesten door op het juiste moment een werker op de juiste plaats neer te zetten of weg te nemen.

Ik had vooraf geen hoge verwachtingen van dit spel. Toch ben ik aangenaam verrast. Als we het hebben over een worker placement met combat, spreken velen over Champions of Midgard.

Ik kan u verzekeren: dit spel is VEEL beter en VEEL leuker dan Champions of Midgard.

Is dit een goed spel? Ja! Ik hou ervan om dit spel te spelen en ik zou het anderen ook aanraden. Daarom: een dikke vette ronde 8/10.

Mijn 7 laatst gespeelde spellen

Standaard

Laten we het eens hebben over mijn 7 laatst gespeelde spellen.

Viticulture met de Tuscany uitbreiding was een schot in de roos. Een worker placement spel zoals ik het graag heb. Dit spel kwam op korte tijd al twee keer op tafel en ik vermoed dat daar nog heel veel speelbeurten gaan bijkomen. Voorlopig enkel de uitbreidingen Tier 1 en Tier 2 gespeeld (en goed bevonden). Ik ben nu al benieuwd naar Tier 3.

Sint-Petersburg speelde ik vroeger al 3 keer online, maar ik was er niet echt wild van. Onlangs speelde ik de vernieuwde versie van White Goblin Games. De gele kaarten en de markt zijn een leuke toevoeging en maken het spel beter. Het artwork is ook 100 keer mooier! Toch ben ik nog steeds niet overtuigd door Sint-Petersburg. Het is geen slecht spel, maar het is geen spel dat ik zelf zou voorstellen om te spelen. Het is niet meer dan setjes verzamelen en het wordt nooit echt spannend.

Na het lezen van de spelregels van Brugge was ik heel enthousiast. Het zag er allemaal heel leuk uit. Toch was ik na mijn eerste speelbeurt wat ontgoocheld. Mijn tweede speelbeurt viel veel beter mee. Ik negeerde de kanaalfiches en richtte me volop op het spelen van karakters. Op die manier is het spel veel leuker. Het is niet het beste spel van Feld, maar wel ééntje dat ik nog vaker wil spelen.

Ik blijf ongelooflijk veel plezier beleven aan The Resistance. By far the best party game I have ever played! The Resistance is echt mijn ding. Discussiëren, het stemgedrag en de lichaamshouding van de andere spelers analyseren en veel lachen en plezier maken. Ik won 4 van de 5 spellen, 1 keer als spion en 4 keer als lid van The Resistance. Ja, ik geef het toe, ik ben er fier op! Bijna 5 op 5, maar in het laatste spelletje zat ik als lid van The Resistance helemaal op het verkeerde spoor doordat één speler als spion tot tweemaal toe niet saboteerde.

Met Uwe Rosenberg heb ik een haat-liefdeverhouding. De Glasstraat vind ik een heel goed spel. Agricola is ook een goed spel, maar het is minder mijn ding. Van Le Havre ben ik geen fan en Caverna heb ik nog niet gespeeld. In het lichtere genre vind ik Boonanza heel goed. Patchwork vind ik niet slecht, maar ik vind het overgewaardeerd. Het is een redelijk leuke tetris-variant. Dan was het nu tijd voor Voor de Poorten van Loyang. Dat is echt een heel leuk spel. Ik weet nog niet of ik het leuker vind dan De Glasstraat, maar het is alleszins beter dan Agricola, Le Havre, Boonanza en Patchwork. Helaas speelt mijn vriendin dit spel niet graag waardoor ik vrees dat het niet vaak meer op tafel zal verschijnen. Doodzonde!

Quadropolis is een tof tegellegspel voor familiespelers! Het plaatsen en het waarderen van de tegels doet me heel hard denken aan Between Two Cities (ook een spel dat ik graag speel trouwens). Dit wil ik zeker vaker spelen en mijn vriendin is ook fan!

Ice and the Sky is een variant op Hanabi. Net als in Hanabi is dit spel ook coöperatief en hou je ook in dit kaartspel sommige kaarten omgekeerd vast zodat je je eigen kaarten niet kan zien, maar wel de kaarten van alle andere spelers. Het was leuk om te spelen, maar ik stel me toch vragen bij de herspeelbaarheid van dit spel. Ik wil het zeker nog spelen, maar als ik moet kiezen geef ik de voorkeur aan het eenvoudigere en meer interactieve kaartspel Hanabi.

Viticulture + Tuscany

Standaard

Wat is het verschil tussen een goed spel en een fantastisch spel?

Bij een goed spel denk je in jezelf: “dat was leuk, dit spel wil ik zeker nog eens spelen.” Bij een fantastisch spel krijg je na je eerste speelbeurt kippenvel over heel je lichaam en blijf je in extase 10 minuten naar de muur staren. Het zijn die spellen waarbij je hart vreugdesprongetjes maakt tijdens het spelen. Ik ben vrij nuchter, dus het overkomt me niet vaak dat een spel me zo in vervoering brengt.

Toch zijn al een aantal spellen hierin geslaagd. Ik denk in alfabetische volgorde aan Battlelore 2nd edition, Brass, Cosmic Encounter, Hoogspanning, Terra Mystica en The Resistance.

Sinds kort kan ik ook Viticulture (met de Tuscany-uitbreiding) aan dit rijtje toevoegen. Wat een fantastisch spel! Dit is één van de beste worker placement spellen die ik ooit heb gespeeld.

Waarom? De Tuscany uitbreiding geeft je vele extra’s die je al dan niet aan het basisspel kan toevoegen. Sommige uitbreidingen zal je goed vinden, andere misschien minder goed. Je kan het zelf naar je eigen wensen aanpassen. Leuk!

Wat ook heel leuk is aan Viticulture is dat je in het spel niet 1 maar 2 worker placement fasen hebt. Je kan dus kiezen welke werkers je in de eerste en welke werkers je in de tweede fase inzet. Met het speelbord van de uitbreiding kan je zelfs opteren voor 4 worker placement fasen in plaats van 2. Ik heb een voorkeur voor dit uitbreidingsbord omdat de mogelijkheden nog groter worden. Mijn vriendin heeft echter een voorkeur voor het basisspeelbord.

Viticulture is een race naar 20 punten (of 25 punten met het andere speelbord) en daar hou ik van. Je ziet de finish in de verte en je probeert daar zo snel mogelijk naartoe te werken. Een nadeel hierbij is het runaway-leader syndroom. In mijn laatst gespeelde spel stond ik ver voor op mijn tegenstander en dan is er natuurlijk minder spanning.

Daarnaast is Viticulture een typische worker placement waarbij je volop gronstoffen kan verzamelen, grondstoffen kan ruilen en grondstoffen kan omzetten zoals je gewend bent van vele andere worker placement spellen.

Thematisch zit het goed in elkaar. Je plant druiven op je akkers, je oogst deze druiven, je maakt wijn van deze druiven en tenslotte verkoop je de wijn voor punten en geld.

De interactie in het spel blijft beperkt aangezien iedereen op zijn eigen speelbordje zit te spelen (zie ook Agricola, The Manhattan Project en consoorten). Je kan wel eens een kaart op een andere speler uitspelen of een plaats op het speelbord blokkeren, maar veel verder gaat de interactie niet.

Eén van de leukste mechanismen in het spel is de manier waarop je elke ronde opnieuw bepaalt wie als eerste zijn werkers mag plaatsen. Dit doet me denken aan het spoor in Fresco. Wie het vroegst opstaat, mag beginnen. In Fresco vond ik dit heel leuk en ook in dit spel werkt het perfect.

Groot respect voor het spelregelboek van zowel Viticulture als Tuscany! Het leest heel vlot en alles is duidelijk geformuleerd met voldoende voorbeelden. Zelfs al speel je Viticulture met heel wat uitbreidingen, je zal tijdens het spelen zelden of nooit iets moeten opzoeken in de spelregels. Alles is logisch en staat duidelijk op het speelbord weergegeven.

Net als de auteur van het spel raad ik je niet aan om meteen Viticulture met alle uitbreidingen van Tuscany te spelen. Dan kan het een frustrerende ervaring worden omdat er teveel mogelijkheden zijn. Ik heb mijn eerste speelbeurt met alle uitbreidingen van Tier 1 gespeeld en dat ging perfect. In de tweede speelbeurt heb ik alle uitbreidingen van Tier 1 en Tier 2 toevoegd. Voor mij werkte dit perfect, maar mijn vriendin vond dat er teveel mogelijkheden waren waardoor ze soms het overzicht verloor.

Als je een euroliefhebber bent (worker placements in het bijzonder), dan is Viticulture een must have. En koop er maar meteen ook Tuscany bij, want Tuscany maakt het spel veel beter. Er wordt niet voor niets door velen geschreven dat Tuscany één van de beste uitbreidingen aller tijden is.

Bij deze ga ik het ook neerpennen: Tuscany is de beste uitbreiding die ik ooit heb gespeeld!

Vooraleer je Viticulture en/of Tuscany koopt wil ik je nog dit meegeven: in Viticulture Essential Edition zitten een aantal uitbreidingen van Tuscany inbegrepen. Je zal dus een aantal zaken dubbel hebben als je Viticulture Essential edition én Tuscany koopt, maar er zijn zodanig veel uitbreidingen beschikbaar in Tuscany dat het nog steeds de moeite waard is om beide speeldozen aan te schaffen. Beide spellen samen kosten nieuw ongeveer 100 euro. Dat is veel geld, maar het is meer dan de moeite waard!

En dan ga ik nu nog 10 minuten naar de muur staren terwijl ik nageniet van de fantastische speelervaring!

Brugge

Standaard

In de zomer is het leven altijd een beetje mooier. Volop genieten van de zon, de zee, het strand, een terrasje, een ijskoude sangria met vers fruit, friet met mosselen, mijn vrolijk gezinnetje en mijn vriendin in strandkledij.

Maar het wordt nog beter… Boardgames by night!

Gisteren kwamen er twee klassiekers voor de eerste keer op tafel. Brugge en Voor de poorten van Loyang. Laten we het vandaag eens hebben over Brugge. Brugge is niet mijn favoriete stad of mijn favoriete voetbalploeg, maar zou Brugge een kans maken om mijn favoriet bordspel te worden? Wie zal het zeggen? Ik. Later in dit blogbericht.

De verwachtingen van Brugge waren hoog. Heel hoog. Brugge is van Feldiaanse makelij. Need I say more? De man die de fantastische bordspellen Macao, Bora Bora, Notre Dame en Trajan uitvond! Dat kan bijna niet misgaan! Na het lezen van de spelregels en het bekijken van een filmpje van mister Vasel en mister Rahdo was ik nog meer enthousiast.

We begonnen het spel en het voelde geweldig aan. Het begon al bij het selecteren van de kaarten. Welke kaart zou er tevoorschijn komen? Yes, een blauwe! Yes, een rode! Damn, nu liggen er twee bruine. Spanning alom!

Daarna werden de dobbelstenen gerold. Vol spanning wachten op het resultaat. Ai ai ai… een 5 en een 6. Twee pestfiches op onze nek. Geen probleem, die raak ik wel makkelijk kwijt. Er werd ook nog een 2 gerold. Voor één muntje kunnen we een stapje vooruit zetten op het ontwikkelingsspoor. Cool. Lekker goedkoop.

Dan is het tijd om de kaarten uit te spelen. Net als bij San Juan (goed spel trouwens) en La Granja (ook een goed spel trouwens) kan je de kaarten op verschillende manieren gebruiken. Met een kaart kan je werkmannen aannemen, geld verdienen, een huis bouwen, een pestfiche verwijderen, een eigenschap van een persoon gebruiken of een kanaalfiche plaatsen. Kortom: veel mogelijkheden!

Ik werd verliefd op de spelmechanismen.

De manier waarop je de kaarten kiest…. Wauw! De manier waarop je de kaarten gebruikt… Wauw! De verschillende manieren waarop je punten kan scoren… Wauw! Het spel ziet er fantastisch uit… Wauw! Zoveel verschillende eigenschappen op de kaarten… Wauw!

En toch bleef ik op mijn honger zitten. En mijn vriendin ook. Om twee redenen.

Eén: We hadden geen aperitiefhapjes in huis. Twee: Het spel kwam niet echt op gang.

Laat het me uitleggen.

Je speelt personenkaarten uit. Je hoopt enerzijds om die kaarten vaak met je werkers te kunnen activeren en je hoopt anderzijds om lang te kunnen genieten van de eigenschappen met een blijvend effect. Vooraleer je echter kan genieten van al dit moois, is het spel al gedaan. Het spel is zo snel afgelopen dat ik me zit af te vragen of we wel met voldoende kaarten hebben gespeeld?

Ik had gehoopt op een festijn van kaarten spelen, combo’s maken en leuke moves doen (zoals bij het fantastische Seasons het geval is), maar dat kwam er niet uit.

Daarvoor waren er:

  1. te weinig ronden: De kaarten raken zeer snel op (zeker in een spel met twee spelers).
  2. te weinig acties: Je kan elke beurt slechts 4 kaarten gebruiken. Je moet sowieso wat kaarten opofferen om een pestfiche te verwijderen of een huis te bouwen of wat geld te verdienen en dan schiet er niet veel geld meer over om personenkaarten te spelen (zeker als je ook veel kanaalfiches wil plaatsen).
  3. te weinig geld: Het geld is krap in dit spel tenzij je telkens weer de actie “geld verdienen” kiest en dan moet je nog geluk hebben met de kleur van je kaarten en de dobbelstenen.

Het systeem met de meerderheidsfiches is leuk gevonden, maar het voelt onrechtvaardig aan. De geluksfactor is enorm groot. Je bent afhankelijk van de kleuren die tevoorschijn komen op de kaarten en je bent afhankelijk van de vijven, zessen, enen en tweeën die worden gerold. Wanneer je een grote achterstand hebt op het kanaal of het ontwikkelingsspoor, is het heel moeilijk voor de andere speler om dit nog om te buigen.

Ik vind het zo jammer dat ik niet meer voldoening uit het spel heb gehaald want ik wil dit spel zo graag heel leuk vinden. Voorlopig is Brugge echter niet mijn favoriet spel.

Toch geef ik Brugge zeker nog een tweede kans. Dan laat ik de kanaalfiches links liggen en ga ik me volledig focussen op het bouwen van huizen en het ontdekken van de vele eigenschappen van de personen. Misschien geeft me dat meer voldoening?

En nu weer volop genieten van de zon en mijn vrolijk gezinnetje.