Manillen

Standaard

Aantal speelbeurten:

52 keer gespeeld.

Meest gespeeld met:

Mijn vader Noël.

Simplistische uitleg van Manillen:

Manillen is een slagenspel dat je speelt met 32 gewone speelkaarten. Je kan het spel 1 vs 1 of 2 vs 2 spelen. Je probeert om zoveel mogelijk punten te verzamelen door slagen binnen te halen. Eén speler kiest de troefkleur. Als er een kaart wordt gespeeld, moet je steeds de uitgespeelde kaart volgen. Als je niet kan volgen, moet je de slag kopen met een kaart in de troefkleur. Een aas levert 5 punten op, een heer 3 punten, een dame 2 punten en een boer 1 punt. Zo probeer je samen met je medespeler (of alleen als je 1 vs 1 speelt) zoveel mogelijk punten te vergaren.

Mijn vooroordeel:

Als grote fan van Wiezen was ik eerst geen grote fan van Manillen. Toch heb ik Manillen ook leren appreciëren. Ondertussen is Manillen mijn meest gespeelde traditionele kaartspel ooit.

Dit spel kan ik het best vergelijken met:

Wiezen.

Manillen en Wiezen zijn allebei traditionele slagenspellen. Wat zijn de grote verschillen? In Manillen speel je steeds met dezelfde ploegmaat, in Wiezen speel je steeds met een andere ploegmaat. In Manillen probeer je zoveel mogelijk punten te behalen, in Wiezen probeer je zoveel mogelijk slagen binnen te halen. In Manillen ben je verplicht om een slag te kopen indien je niet meer kan volgen, in Wiezen ben je niet verplicht om een slag te kopen. In Manillen kiest de deler zelf de troefkleur, in Wiezen is de laatste kaart van de deler de troefkleur. Manillen speel je 32 speelkaarten, Wiezen speel je met 52 speelkaarten.

Je zit volop te genieten:

Wanneer je een hoge kaart van een tegenspeler kan kopen.

Je hebt zin om het spel van de tafel te vegen:

Wanneer een tegenspeler een hoge kaart van jou koopt.

Leercurve:

Voor iemand die het gewend is om slagenspellen te spelen, zal Manillen niet moeilijk aan te leren zijn. Voor iemand die het niet gewend is om slagenspellen te spelen, zal Manillen eigenlijk ook niet moeilijk aan te leren zijn.

Geluk of tactiek?

Het is een combinatie van beiden. Je moet wat geluk hebben met de kaarten die je krijgt, maar je moet ook goed spelen. Als je extreem goede kaarten krijgt, moet je wel al een kalkoen zijn om dan alsnog te verliezen. Met twee spelers is de geluksfactor beduidend minder groot dan in een spel met vier spelers. In een spel met vier spelers is de kans groter dat je bij de eerste slag al een kaart van de tegenspeler kan kopen.

De drie grootste pluspunten:

1 Altijd en overal te spelen aangezien je enkel een kaartendeck nodig hebt. De meeste mensen hebben thuis altijd wel ergens een kaartendeck binnen handbereik.

2 Je kan zelf kiezen hoe lang of hoe kort je het kaartspel speelt. Je kan spelen tot 101 punten, je kan spelen tot 1000 punten of je kan spelen met een vooraf bepaalde tijd of met een vooraf bepaald aantal ronden.

3 Eenvoudige regels en snel te leren.

De drie grootste minpunten:

1 De geluksfactor. Met heel goede kaarten op je hand zal je nooit kunnen verliezen of je moet al heel dom spelen.

2 Geen thema.

3 Weinig diepgang.

Koop dit spel, want:

Het kost niets! Het enige wat je nodig hebt is een traditioneel kaartendeck.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s